
Bilzekruid - Hoeveel ben je bereid om te zien?
Een worm in je tand
Er was een tijd waarin kiespijn een simpele verklaring had: er woonde een worm in je tand.
Logisch toch?
Het geloof in de tandworm is duizenden jaren oud en bleef bizar lang bestaan. De worm zou zich ergens diep in de kies nestelen en daar beginnen te knagen, wat eerlijk gezegd helemaal niet zo onaannemelijk klinkt wanneer je ooit met bonkende kiespijn hebt rondgelopen.
Rond de eerste eeuw na Christus wist de Romeinse arts Scribonius Largus gelukkig ook wat je eraan kon doen. Je strooide zaad van Bilzekruid op gloeiende kolen en liet de rook langs de pijnlijke tand trekken. Daarna werd de mond gespoeld en met een beetje geluk was je niet alleen van de pijn af, maar kon je soms zelfs de boosdoener bewonderen die naar buiten was gekomen.
Want na zo’n behandeling werden weleens kleine dingen gevonden die verdacht veel op wormpjes leken. Mogelijk waren het resten van het verhitte plantenmateriaal, maar voor iemand die overtuigd was dat tandwormen bestonden, was de conclusie natuurlijk snel getrokken.
Ik vind dat een fantastisch begin voor onze kennismaking met het intrigerende Bilzekruid, want de behandeling was misschien minder onzinnig dan de verklaring.
Geneeskracht van Bilzekruid
Bilzekruid (Hyoscyamus niger) bevat namelijk tropaanalkaloïden, waaronder hyoscyamine en scopolamine, stoffen die een krachtige invloed hebben op ons zenuwstelsel. Oude artsen kenden die werking al zonder enig idee te hebben wat een tropaanalkaloïde was. Ze gebruikten de plant onder andere tegen pijn, krampen en tandpijn en vanwege haar verdovende eigenschappen. Tegelijkertijd wisten ze heel goed dat dit geen kruid was waarmee je achteloos kon omspringen. Want bij een te hoge dosis veranderde het spel.
Je mond wordt droog, je pupillen verwijden, je hartslag loopt op en je oriëntatie begint te verdwijnen. Bij een ernstige vergiftiging kan een delirium ontstaan waarin mensen niet alleen dingen zien die er niet zijn, maar een compleet andere werkelijkheid kunnen beleven.
Ze voeren gesprekken met mensen die niemand anders ziet, bevinden zich op plaatsen waar ze lichamelijk helemaal niet zijn en kunnen gebeurtenissen meemaken die achteraf als herinneringen worden opgeslagen. Dat maakt het woord ‘hallucinatie’ te klein. Je kijkt niet alleen naar iets wat er ogenschijnlijk niet is; je word er zelf onderdeel van. Bilzekruid kon pijn laten verdwijnen, maar bij te veel kon ook de gewone werkelijkheid verdwijnen.
Zoals zo vaak met oude geneesplanten hebben we de plant zelf inmiddels grotendeels uit onze moderne apotheek verwijderd, maar haar werkzame stoffen niet. Hyoscyamine wordt nog altijd gebruikt vanwege zijn krampstillende werking en scopolamine kennen we tegenwoordig onder andere uit pleisters tegen reisziekte.
Het voelt zowat respectloos dat een stof met zo’n duistere reputatie tegenwoordig keurig gedoseerd achter het oor wordt geplakt voordat iemand op een cruiseschip stapt. Toch heeft scopolamine ook in de moderne tijd een veel merkwaardiger carrière gehad, want aan het begin van de twintigste eeuw dacht een Amerikaanse arts dat hij er iets mee had gevonden waar mensen al sinds mensenheugenis naar zoeken: een manier om de waarheid af te dwingen.
Waarheidsserum
Robert House was verloskundige en gebruikte scopolamine tijdens bevallingen om vrouwen in een zogenaamde twilight sleep te brengen. Hij merkte dat sommige vrouwen, hoewel ze behoorlijk versuft waren, nog steeds vragen konden beantwoorden en daarbij opvallend openhartig leken. House begon zich af te vragen of daar meer achter zat. Om bewust te liegen moet je immers een verhaal kunnen construeren, redeneren en informatie achterhouden. Als scopolamine precies die hogere denkfuncties verstoorde, redeneerde hij, zou iemand onder invloed misschien eenvoudigweg niet meer in staat zijn een goede leugen te produceren.
Hij deed iets wat ieder verstandig mens met zo’n onbewezen hypothese zou doen: hij ging ermee naar de gevangenis.
In 1922 kreeg House toestemming om twee gevangenen in Dallas scopolamine toe te dienen en hen vervolgens te ondervragen. Beide mannen bleven onder invloed volhouden dat ze onschuldig waren en werden later ook daadwerkelijk vrijgesproken. Voor House was dat natuurlijk koren op de molen. Hij raakte steeds sterker overtuigd van zijn ontdekking en in de pers kreeg scopolamine al snel een naam die veel aantrekkelijker was dan ‘anticholinerg alkaloïde’, namelijk: waarheidsserum. Het idee bleek onweerstaanbaar en zou nog tientallen jaren terugkeren in experimenten van psychiaters, politie en inlichtingendiensten.
Alleen bleek er een vervelend probleem te zitten in de redenering van House. Scopolamine maakt iemand misschien minder geremd, maar niet noodzakelijk eerlijker. Het kan tegelijkertijd het geheugen aantasten, iemand verward en sterk beïnvloedbaar maken en de waarneming van de werkelijkheid verstoren. Je krijgt dus mogelijk iemand die gemakkelijker praat, terwijl je juist minder reden hebt om erop te vertrouwen dat wat eruit komt werkelijk waar is.
Na eeuwen van tandwormen waren we weliswaar aangekomen in de moderne wetenschap, maar Bilzekruid had dus nog steeds hetzelfde kunstje voor ons in petto: we dachten iets te zien wat er misschien helemaal niet was.
Tekst gaat verder onder de afbeelding

Een zakje zwarte zaden
Dat vermogen om onze gewone werkelijkheid te laten verschuiven moet mensen al veel eerder zijn opgevallen. Bij opgravingen in Houten-Castellum werd een klein voorwerp uit de Romeinse tijd gevonden dat ik nog fascinerender vind dan een oud kruidenboek. Het was een uitgehold dierenbot, aan één kant zorgvuldig afgesloten met een prop berkenpek. Binnenin zaten honderden zaden van Bilzekruid en oorspronkelijk moeten het er waarschijnlijk nog veel meer zijn geweest. Bijna tweeduizend jaar geleden heeft iemand die zaadjes dus verzameld, in dat bot gestopt en het kokertje zorgvuldig dichtgemaakt. We weten niet waarvoor. Misschien was het gewoon een medicijnvoorraadje, maar iemand vond Bilzekruid belangrijk genoeg om het te bewaren.
Ongeveer duizend jaar later komen we opnieuw iemand tegen die Bilzekruid blijkbaar niet als onkruid beschouwde. Bij de Vikingburcht Fyrkat in Denemarken werd een uitzonderlijk graf uit het einde van de tiende eeuw gevonden. Daar lag een vrouw begraven in een wagenbak, omringd door bijzondere grafgiften, waaronder kostbare en exotische voorwerpen. Naast haar lag een metalen staf en aan haar gordel bevond zich een klein tasje met zaden van Bilzekruid. De combinatie van haar graf, haar staf en de andere voorwerpen heeft ertoe geleid dat archeologen haar interpreteren als een mogelijke völva: een zieneres of rituele specialist binnen de Noordse wereld.
Wat die vrouw precies met haar Bilzekruid deed, heeft ze helaas niet voor ons opgeschreven. Maar ze werd begraven met een staf, bijzondere grafgiften en een zakje zaden van een plant waarvan we weten dat ze het bewustzijn ingrijpend kan veranderen. En dat wordt mateloos interessant wanneer we weten dat völva’s in de Noordse overlevering verbonden worden met seiðr, voorspelling en het verkrijgen van kennis die niet voor iedereen toegankelijk was. Dan is het moeilijk om dat zakje Bilzekruid enkel als een middeleeuws medicijnkastje te zien. Veel verleidelijker is de gedachte dat juist het vermogen van deze plant om de gewone werkelijkheid te laten wijken, precies de reden was waarom ze haar bij zich droeg.
Waarschijnlijk wist ze hoe ze Bilzekruid kon gebruiken om in trance te komen, te dromen, voorouders of goden te ontmoeten of te reizen naar werelden die buiten het gewone bewustzijn lagen. Binnen haar werk was het vermogen om de grenzen van het alledaagse bewustzijn te overschrijden tenslotte geen hinderlijke bijwerking, maar juist het doel. En een plant die de waarneming zo krachtig kon veranderen, zou binnen zo’n praktijk geen vreemde keuze zijn.
Op de bezemsteel rond de kerktoren
En daarmee komen we vanzelf terecht in een wereld die mij al jaren mateloos fascineert: die van heksen, magie en vliegzalf. Ook daar duiken sterk werkende planten als Bilzekruid, Belladonna en Mandragora op. Rond die heksenzalven is door de eeuwen heen zoveel fantasie, demonologie en sensatie opgebouwd dat feit en verhaal soms nauwelijks nog uit elkaar te peuteren zijn. Maar onder al die verhalen ligt een mogelijkheid die eigenlijk helemaal niet zo vreemd is: dat mensen zulke planten doelbewust gebruikten om hun gewone bewustzijn te verlaten en in trance te reizen.
Misschien vloog er nooit een heks op een bezemsteel over de kerktoren en ik durf al helemaal niet te beweren waar die bezemsteel tijdens het insmeren precies gebleven is. Maar het beeld van een lichaam dat ergens achterblijft terwijl degene die erin woont op reis gaat, is ineens een stuk minder wonderlijk wanneer we weten wat planten als Bilzekruid kunnen doen.
Ze kan een toestand oproepen waarin een andere wereld zich niet aandient als een vaag droombeeld, maar als een plaats waarin je aanwezig bent, beweegt, ontmoetingen hebt en gebeurtenissen beleeft. Wellicht waren die oude verhalen over nachtelijke reizen dus niet zomaar verzonnen, maar verslagen van ervaringen waarvoor we de oorspronkelijke taal en context grotendeels zijn kwijtgeraakt.
Voor de avontuurlijk ingestelde lezer klinkt dat misschien als een uitstekende reden om eens uit te zoeken hoe zo’n heksenzalf werd gemaakt. Dat is het niet. Bilzekruid heeft een bijzonder smalle marge tussen een indrukwekkende werking en een ernstige vergiftiging, dus dit is niet het moment om een historisch recept aan Chat te vragen. En nee, je hoeft me ook niet te mailen om te vragen of ik er toevallig eentje voor je heb ;).
Gelukkig hadden ze in de zestiende eeuw nog niet de beschikking over deze waarschuwing.
Een knappe man
Halverwege de zestiende eeuw kreeg de Spaanse arts Andrés Laguna zo’n vermeende heksenzalf daadwerkelijk in handen. De groene, sterk ruikende zalf was gevonden bij twee mensen die van tovenarij werden verdacht en Laguna meende er sterk verdovende planten in te herkennen, waaronder Bilzekruid en Mandragora. Nu had hij toevallig een patiënte die al lange tijd nauwelijks sliep en volgens hem door jaloezie en slapeloosheid half waanzinnig was geworden. Ze was bovendien de vrouw van de plaatselijke beul, een detail dat voor het medische experiment volstrekt irrelevant is, maar dat ik onmogelijk kan weglaten.
Laguna besloot de zalf op haar uit te proberen en liet haar van top tot teen insmeren. De vrouw viel vrijwel onmiddellijk in een diepe slaap en bleef daar uiteindelijk zo’n zesendertig uur in. Tegen die tijd begon zelfs Laguna zich kennelijk af te vragen of zijn experiment wel zo briljant was geweest. Er werd van alles geprobeerd om haar weer bij kennis te krijgen: wrijven, oliën, rook, koppen; de zestiende-eeuwse gereedschapskist ging volledig open. Uiteindelijk werd ze wakker en tot opluchting van de aanwezigen bleek ze nog te kunnen praten.
Alleen was ze bepaald niet dankbaar dat ze terug was.
Waarom hadden ze haar in vredesnaam wakker gemaakt? Ze was op een fantastische plek geweest, vertelde ze, omringd door alle genoegens en heerlijkheden van de wereld. Alsof dat voor haar echtgenoot nog niet vervelend genoeg was, vertelde ze bovendien dat ze daar een jongere en knappere man had gevonden. Terwijl Laguna en de anderen zesendertig uur lang naar een slapende vrouw hadden zitten kijken, had zij kennelijk een heel ander avontuur beleefd.
En dat maakt Bilzekruid zoveel interessanter dan de simpele constatering dat ze hallucinaties kan veroorzaken. Haar lichaam was al die tijd in dezelfde kamer gebleven. Maar waar was zij?
We kunnen natuurlijk beschrijven wat scopolamine en hyoscyamine in het zenuwstelsel doen. We kunnen praten over anticholinerge werking, delirium, dromen en veranderde waarneming. Dat verklaart het mechanisme. Het beantwoordt alleen niet de veel vreemdere vraag naar de ervaring zelf. Want ergens tussen een slapend lichaam en een vrouw die woedend wakker wordt omdat je haar hebt weggehaald uit een wereld vol genoegens, ontstaat een gebied dat zich niet zo gemakkelijk laat verklaren.
Hoeveel ben je bereid om te zien?
Misschien is dat uiteindelijk wel de kunst van Bilzekruid. Ze trekt geen duidelijke grens tussen verdoving, droom, visioen en reis. Ze maakt de grens juist poreus. Eerst neemt ze de pijn van je weg. Ga je verder, dan begint ook de vertrouwde wereld om je heen losser te worden. De kamer verdwijnt naar de achtergrond, andere werkelijkheden schuiven naar voren en wat daar gebeurt, kan even tastbaar worden als alles wat je achterliet.
En daarmee is het voor mij volkomen logisch waarom deze plant steeds weer opduikt bij mensen die meer zochten dan alleen verlichting van pijn. Bij een völva die kennis zocht buiten het gewone bewustzijn. In zalven waarmee men ’s nachts op reis ging. Zelfs Robert House dacht dat scopolamine een deur kon openen naar iets wat normaal verborgen bleef: de waarheid. Steeds opnieuw staat Bilzekruid bij zo’n deur. Niet om ons te vertellen wat erachter ligt, maar om hem open te zetten.
Misschien is ze daarom ook geen plant die vraagt wat je gelooft. Ze vraagt of je durft te kijken.
Hoeveel ben je bereid om te zien?
Warme groet,
Astrid 🌿
Let op: deze serie gaat over giftige planten, hun geschiedenis en het gebruik ervan door de eeuwen heen. Het is nadrukkelijk geen uitnodiging om ermee te experimenteren. Sommige planten in deze verhalen kunnen al in kleine hoeveelheden ernstige of dodelijke vergiftigingen veroorzaken. Gebruik ze daarom niet als huismiddel of zelfmedicatie.
Lees hier het volgende verhaal (vanaf 8 oktober)
Lees hier het vorige verhaal











