Gewone Vogelkers – Boom van de Vluchtige Schoonheid
Gewone Vogelkers – Boom van de Vluchtige Schoonheid

Gewone Vogelkers – Boom van de Vluchtige Schoonheid

De Zweedse nazomer is begonnen

De zon kruipt richting de heuvels en hult de tuin in een gouden gloed.

Met opgeheven hoofd zit ik op het trappetje van de veranda met een stomende beker thee in mijn handen en geniet ik van de warme stralen voor ze verdwijnen.

De sprinkhanen tjirpen er lustig op los, maar verder hangt er een intense rust over de tuin.

Ik slaak een diepe zucht, eentje die uit mijn tenen komt. Het is nog maar begin augustus, maar er hangt verandering in de lucht. Het is frisser, de vogels zijn stiller en het licht heeft een diepe warmte gekregen.

De Zweedse nazomer is begonnen.

Amandelzoete geur

Alsof ze mijn gedachten wil bevestigen, zet de zon met haar laatste stralen de Vogelkers in mijn tuin in vuur en vlam. Ze is nu al gehuld in prachtige herfstkleuren en de eerste blaadjes dwarrelen loom naar beneden.

De Gewone Vogelkers (Prunus padus) is in Scandinavië al eeuwenlang een levende kalender.

In het voorjaar is ze de eerste boom die uitbundig bloeit, met hangende witte bloemtrossen die een overweldigende, zoete geur verspreiden. De geur is zo sterk dat je de boom eerder ruikt dan dat je haar ziet.

Zodra de Vogelkers vol in bloei staat en haar sterke geur verspreidt, weet de boer dat de nachtvorst voorbij is. Dit is het startschot om de gerst en haver in te zaaien. En er geldt een strenge regel: ‘När häggen blommar ska korna ut’. Oftewel: als de vogelkers bloeit, moeten de koeien de wei in.

De volgende uitbundige bloeier is de Sering en de tijd tussen de bloei van de Vogelkers en de Sering noemen ze in Zweden: ‘mellanhägg och syren’. Deze korte periode eind mei wordt gezien als de allermooiste tijd van het jaar. Zo magisch dat tot op de dag van vandaag vele Zweden een week vakantie nemen, en zelfs de deuren van winkels gesloten kunnen zijn, omdat men ronduit van de natuur wil genieten.

Giftig blauwzuur

Wie de Vogelkers aan het begin van augustus opzoekt, treft een hele andere dame.

Terwijl de Eiken en Berken om haar heen nog volop en diepgroen de zomer vieren, kleuren haar bladeren al geel, oranje en dieprood. En bij de minste zucht van de nazomerwind laat ze haar eerste blad al vallen.

Waar ze in de lente symbool staat voor explosieve levenskracht, staat ze aan het einde van de zomer symbool voor vergankelijkheid en de eerste herinnering aan de naderende lange, koude winter.

Botanisch gezien draagt de Vogelkers deze dualiteit letterlijk in haar weefsel. Haar overweldigende voorjaarsbloesem ruikt zoet en naar amandelen, maar die geur is afkomstig van blauwzuurglycosiden. Haar bast, bladeren en de pitten van de bessen zijn door deze stoffen bitter en giftig. Het is alsof ze in de lente haar zoetheid aan de wereld schenkt, maar in de nazomer al vroeg haar bittere grens trekt.

Een gevoel van weemoed

Juist die grens, die voortijdige breuk met de zomer, brengt een heel specifieke sfeer met zich mee. De Zweden hebben een woord voor dit gevoel: ’vemod’. Dit is een milde, warme vorm van weemoed of melancholie.

Het is dit gevoel dat me volledig overspoelt terwijl ik in de laatste zonnestralen naar de Vogelkers kijk. Ik voel in elke vezel het einde van de warme, magische zomer. Het einde van een prachtige periode van opladen en groei. En tegelijkertijd kijk ik enorm uit naar het komende seizoen. Een seizoen vol onstuimigheid, gevolgd door loslaten en rust.

En het is deze dualiteit waar de Vogelkers ons aan herinnert.

De mooiste momenten in ons leven zijn niet mooi omdat ze eeuwig duren, maar juist omdat ze zo pijnlijk vluchtig zijn. De intensiteit van de liefde, het giechelen van een opgroeiend kind, het warme licht van een nazomeravond; we kunnen ze niet conserveren of vasthouden.

Sterker nog, als we proberen de tijd stil te zetten, brengen we onbedoeld het bitterste gif in onszelf naar boven: de angst voor het verlies.

Omarm de vluchtigheid van het moment

De Vogelkers nodigt je uit om dat innerlijke gif recht in de ogen te kijken. Ze herinnert je eraan dat de zoetheid van de liefde en de bitterheid van het afscheid uit exact dezelfde wortels putten. Er is geen licht zonder donker en je kunt de herfst niet buitensluiten zonder ook de lente te verliezen.

Lieve lezer, als je bloeit, hou je dan nooit in! Bloei zo intens dat de hele omgeving meegeniet. Maar als het seizoen kantelt en de nazomerwind aantrekt, durf dan ook met diezelfde overgave los te laten. Offer je bladeren op en durf kaal te zijn. Dat is geen falen, dat is ruimte maken voor rust en daarna een nieuwe periode van bloei.

Dus slaak die diepe zucht, haal hem uit je tenen. Kijk naar de Vogelkers in haar gouden gloed en omarm de vluchtigheid van dit moment.

Warme groet,
Astrid 🌿

Lees hier het volgende verhaal

Lees hier het vorige verhaal


Gewone Vogelkers – Boom van de Vluchtige Schoonheid